"Wat zijn 'The Big Five', de dieren die iedereen die in Afrika op safari gaat, zou moeten gezien hebben?" Dat was de tweede vraag die Erik Van Looy maandag stelde in het finalespel van 'De allerslimste mens ter wereld'. Weten jullie het?
Frank Vander linden en Yves Desmet alvast niet. Vander linden noemde meteen het luipaard en de leeuw. Ook de neushoorn en de olifant vond hij. Met een klein en redelijk bizar ommetje langs een springbok.
Yves Desmet wist er niet meer aan toe te voegen dan "nijlpaard". Ook dat was niet het vijfde groepslid van de Big Five. Evenmin als de giraf die door een van mijn huisgenoten werd genoemd. Al zijn die twee laatste, in tegenstelling tot de springbok, tenminste 'grote' dieren.
Voor mij was het een beetje vreemd dat ze het laatste groepslid, de buffel, niet vonden. Beide keren dat ik een dag op safari ging in een van de nationale parken van Zuid-Afrika, was de buffel de eerste van de vijf die ik tegenkwam. In het Hluhluwe Umfolozi Park lange tijd zelfs de enige van de vijf. Volgens de gidsen is het overigens uitzonderlijk als je ze alle vijf op dezelfde dag te zien krijgt.
De Big Five danken hun naam dan ook niet aan hun grootte. Hun naam komt uit de jagerswereld. De buffel, de leeuw, het luipaard, de neushoorn en de olifant zijn de vijf moeilijkste en gevaarlijkste dieren om op te jagen. Ze waren vroeger dan ook de felst begeerde jachttrofeeën.
Zoals Erik Van Looy al aangaf, wordt de term vandaag de dag voornamelijk gebruikt in verband met safari's. Het zijn dan ook vijf prachtige dieren. En ik moet toegeven, het geeft een extra dimensie aan een safari als je iets hebt om naar te speuren ...
![]() |
| The Big Five |
